Geschiedenis

Korte geschiedenis van Spiere

4.200 tot 2.500 voor Christus : in 1977 werd een nederzetting van 5 ha uit het Stenen Tijdperk ontdekt. Gedurende jaren werden er bewerkte vuurstenen uit de Michelsbergcultuur gevonden op de pas omploegde akkers. Er werden kuilen en grachten gevonden en een deel van de palissade die het dorp beschermde. De Schelde werd gebruikt als natuurlijke barrière. 8°-9° eeuw : In de tijd van Karel de Grote werd er in het huidige kasteelbos een ‘mote’ opgericht. Een mote is een met aarde overdekte verdedigingswal. De eerste inwoners van Spiere verdedigden zich hier naar alle waarschijnlijkheid tegen de Noormannen die via de Schelde het land binnendrongen en o.m. in het nabije Rollegem een kamp opsloegen

omstreeks 814 : De naam ‘SPIRA’ wordt vermeld op een diploma van Lodewijk de Vrome. Het dorp was bekend omdat het aan een meander van de Schelde lag.

1105 : ‘Spiere’ wordt voor het eerst vernoemd. De 12de eeuwse vermeldingen luiden achtereenvolgens : Spiere, Espiera, Spiera, Lespire, Lespiere en Spira. De oudste vermelding van Spiere luidt Spira en verwijst naar het riviertje dat hier in de Schelde uitmondt.
Het patronaat over de parochiekerk hoorde toe aan het O.L. Vrouwekapitel van Doornik dat ook de twee derden van de tienden ontving. Het andere derde was voor de pastoor van Spiere.

1227 : de oudste bekende heer van Spiere was Wante del Espire.

1275 : Het geslacht Van Mortagne bezat de Heerlijkheid van Spiere. Rogier van Mortagne staat vermeld in een oorkonde van Gewijde van Dampierre, Graaf van Vlaanderen. De Heren van Spiere, de Mortagnes, voeren een wapen van keel met zilveren kruis.

1389 : Agnes van Mortagne, vrouwe van Spiere hertrouwde met Jan van Brugge, Heer van Gruuthuse. Na haar dood kwam Spiere-Vlaanderen in handen van het huis van Gruuthuse. Een versterkt kasteel, dat in het bos van het huidige kasteel stond, was bewoond door Graaf van Halluin. Hij was een roversheer die de kooplieden plunderde die langs de weg Oudenaarde-Roubaix voorbijtrokken. Hij werd streng gestraft door de Graaf van Vlaanderen. Het versterkt kasteel werd vernield en de Graaf van Halluin werd terechtgesteld op de markt van Kortrijk ‘voor opstand en muiterij’.

1477 : Het kasteel werd heropgebouwd maar opnieuw vernield door de Fransen tijdens de oorlog tegen de hertog van Bourgondië. Alleen de mote “cave aux diables” bleef gespaard en bevindt zich nu nog in het bos achter het kasteel. Onder de mote bestaat nog een ruime kelder met een goed bewaard gewelf, gebouwd in Doornikse moëllons.

16de eeuw : De beide heerlijkheden, Opperhof van Spiere en Nederhof van Spiere, behoorden nu toe aan de familie Gruuthuse.

1593 : Wegens grote schulden van Catharina van Brugge, vrouw van Gruuthuse, werden de heerlijkheden openbaar verkocht aan ridder aan Maximiliaan van Oignies, heer van Beaupaire.

1658 : het leger van Lodewijk XIII dat oorlog voerde met Spanje, logeerde in Spiere.

1679 : het Nederhof werd verkocht aan Karel de Lannoy, baron van Wasnes.

1689 : Het leger van Lodewijk XIV kampeerde opnieuw in Spiere. De Markies van Castegena doorbrak de Franse legers en won.

Ca. 1700 : Nicolas Delfosse uit Doornik koopt de Heerlijkheid van het Nederhof van Spiere.

1710 : Delfosse bouwde het huidige kasteel. Het kasteel kreeg een symmetrische vormgeving, waarbij drie vleugels omheen een centraal binnenhof staan opgesteld.

1720 : De keizer Karel VI verleent hem de titel ‘baron del Fosse et d’Espierres’
Het grondgebied van Spiere was versnipperd door verscheidene heerlijkheden. Twee ervan droegen de naam van de parochie. Spiere-Vlaanderen telde 137 bunders (194ha) belastbare grond, besloeg ongeveer 1/3 van de parochie en behoorde tot de kasselrij Kortrijk. Spiere-Doornikse behoorde tot het Nederhof van Spiere, dat de titel van baronie voerde en in leen gehouden was van het leenhof van Maire bij Doornik. Op het grondgebied van Spiere-Vlaanderen lag het Opperhof van Spiere. Beide heerlijkheden hadden de hoge justitie. De baronie van Spiere was zelfs een van de 4 hoge gerechtshoven van het Doornikse. Tussen de heren van Spiere rezen er voortdurend geschillen over de titel van dorpsheer en de daarmee verbonden voordelen.

1732 : proces voor de Raad van Vlaanderen tussen beide Heren van Spiere.

1751 : De kerk was zo vervallen dat de gelovigen de eredienst in openlucht moesten bijwonen.

1754 : Start van de verbouwingswerken aan de kerk. Na enige tijd bleek dat er geen krediet meer was voor de herinrichting van het gebouw. De dorpsherder plaatste dan maar een houten graf in de middenbeuk als altaar.

1767 : Het Nederhof wordt verkocht aan Bruno-August Delfosse. Beide heerlijkheden werden weer in één hand verenigd.

1832 : August Felix del Fosse, de laatste Heer van Spiere, overlijdt

1839 : Het Spierekanaal wordt gegraven in de vallei van de sterk meanderende Zwarte Spierebeek. Het kanaal is 8.4 km lang, 16 m breed en 2 m diep. Het verbindt de Deule met de Schelde. Via het kanaal werden de kolen het Henegouwse bekken naar Frankrijk vervoerd.

1880 : De spoorlijn nr. 85 Avelgem-St.Denijs-Spiere-Dottenijs-Herseaux werd aangelegd. Deze spoorlijn was 15.3 km lang en verbond aldus Moeskroen met Oudenaarde.

1891 : De kerk werd nogmaals herbouwd in vroeggotiek.

1909 : tramlijn nr. 151 Kortrijk-Pecq werd aangelegd, via het station van Spiere.

1914-1918 : De Duitse bezetting verliep zonder grote gevechten. Bij de bevrijding werd het dorp urenlang beschoten door de Duitse legers van de overkant van de Schelde. Vele woningen, de kerk en het dorpsplein werden gedeeltelijk door de vlammen vernield. De kerk werd onherroepelijk beschadigd.

1920-1925 : De huidige Sint-Amandskerk werd gebouwd op de grondvesten en naar de bouwplannen van de 19de eeuwse kerk.

1920 : bouw van de sluis.

1929 : Koning Albert I kwam de nieuwe stuwdam aan de sluis bezoeken.

1937 : Koning Leopold III bracht een bezoek aan het waterzuiveringsstation aan de Schelde. Dit station werd later omgebouwd tot openluchtzwembad.

1940 : De ophaalbrug over het Spierekanaal werd opgeblazen.

1944 : de bommenwerper Liberator B24 ‘K for King’ stortte neer te Spiere, vlakbij de kasteelboerderij.

1977 : Met de fusies werd Spiere samengevoegd met Helkijn. De nieuwe gemeente draagt de naam Spiere-Helkijn.

Totaal aantal inwoners Spiere  op 1/12/06:  1139

Korte geschiedenis van Helkijn

"Wapen van Helkijn"

toegekend op 3 juli 1925

omstreeks 650 : Volgens de overlevering werd de eerste kerk van Helkijn ingewijd door Sint-Elooi (Sint-Eligius). De kerk werd bediend door de monniken van de Sint-Maartensabdij van Doornik.

847 : de eerste vermelding van Helkijn  : Helcinium 

1156 : de huidige Franse benaming Helchin wordt al gebruikt.

Het patronaat over de parochiekerk behoorde toe aan de Bisschop van Doornik, tegelijk ook de bezitter van het HOGE HOF van HELKIJN. Hij was dus zowel de geestelijke als de wereldlijke heer van Helkijn.

1282  : Michiel van Warenghien, bisschop van Doornik liet op het Hoge Hof van Helkijn een versterkte burcht bouwen (zie "de bisschoppelijk burcht van Helkijn"), die in de daaropvolgende eeuwen zou uitgroeien tot een riant buitenverblijf en een van de uitverkoren verblijfplaatsen van de Doornikse bisschoppen.

Wegens de strategische ligging op de grens tussen het Graafschap Vlaanderen en het fransgezinde Doornik, speelde Helkijn herhaaldelijk een belangrijke rol op militair vlak. Het bisschoppelijk paleis werd menigmaal de inzet van bloedige gevechten.

1325 : De bisschoppelijke burcht werd vernield door Jacob van Artevelde en later nog eens door de Gentenaren en de Picardiërs. De Graaf van Estampes had troepen van Frankrijk gelicht en trok naar Vlaanderen. Aan de brug van Spiere werden de Fransen tegengehouden door de Gentenaren, die het paleis van Helkijn hadden ingenomen. Nadat de brug overmeesterd was, werden de Gentenaren ter dood gebracht. "Tweehonderd die aan de slachting waren ontstsnapt, liepen de dorpskerk binnen, vanwaar zij de troep beschoten. Zoodra de graaf de kerk had doen in brand steken, stormden de Vlamingen naar de vensters om een zekeren dood te ontkomen, maar zij werden doodgestoken of doodgeslagen door de Picardiërs en, hun lijken bleven drie dagen lang op het kerkhof liggen..."

1474 : Het Hoge Hof van Helkijn dat zich uitstrekte tot St.-Denijs, Zwevegem, Spiere en Bossuit hing af van het feodaal hof van Doornik en had dus ook het bisdom van Doornik als leenheer. Het foncier besloeg ongeveer 51 bunders. Niet alle gronden van Helkijn vielen onder het Hoge Hof. verscheidene andere heerlijkheden o.m. Baveggem, Beaulieu, Bouvrie en Lannote hadden er gronden.

1521 : Inlijving van het Doornikse bij de Nederlanden. Tot in 1521 speelde Helkijn een belangrijke rol op militair gebied wegens zijn ligging op de grens van Vlaanderen en het Doornikse. De burcht was vaak het toneel van bloedige gevechten. In vredestijd verbleven de prinsbisschoppen graag op dit 'buitenverblijf'.

1593 : Het tweetalige decanaat Helkijn werd gesplitst: het decanaat Helkijn-Vlaams met 18 parochies (waaronder Helkijn zelf) en het decanaat Helkijn-Waals met 28 parochies. Bij het concordaat verdwenen beide decanaten.

1625 : Het bisschoppelijk paleis werd door Bisschop van Vilain van Gent herbopgebouwd.

1630 : André Catulle, aartsdiaken en vicaris-generaal van het bisdom Doornik liet de hoeve 'La Folie' (zie "Hoeve La Folie") bouwen op 100 m van de Schelde. De boerderij stond op cijnsgrond van het Hoge Hof van Helkijn en vlak bi j de kerk. Het was een (vermoedelijk) omwald komplex met een U-vormige plattegrond, een majestueuze torenpoort met verdieping en een schilddak met vier dakkapellen.

17de eeuw : De aanvankelijk eenvoudige burcht van de Bisschoppen van Doornik groeide uit tot een prestigieuze residentie met kunstig aangelegde parken, met een eigentijdse architectuur, met stijlvolle interieurs en met waardevolle kusntverzamelingen. Het Paleis telde 78 kamers en omvatte 33 ha parken en tuinen.

1651 : Om de steeds weerkerende invallen van het Franse leger te weren bouwden de inwoenrs van Helkijn een aarden Fort. Blijkbaar was de constructie van deze houten vesting een nutteloze investering want ze hield niet stand tegen de invallen van de Fransen.

1688: Tijdens de Negenjarige oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk (1688-1697) bezetten aanzienlijke Franse legereenheden nogmaals het bisschoppelijk paleis, van waaruit ze plundertochten in de omgeving ondernamen, de kerkschatten roofden en de parochiekerk platbrandden (1694). In deze oorlosgtijd verbleef Lodewijk XIV een tijdlang op hoeve 'La Folie'. Ter herinnering aan dit hoge bezoek werd een gedenksteen ingemetseld in de voorgevel. (Zie "Hoeve La Folie").

1705 : De heropbouw van de kerk kon voltooid worden dankzij een bijzondere betoelaging van Lodewijk XIV.

1716 : De bakstenen klokkentoren van de kerk werd afgewerkt.

1776 en verder : De laatste bewoner van de bisschoppelijke burcht was aartsbisschop van Praag, Florentius van Salm-Salm. Het gebouw werd tijdens de Franse Revolutie gesloten en tenslotte gesloopt. Van dit eens zo machtig bouwwerk resten nu alleen nog enkele overgroeide ruïnes.

1834 : Helkijn maakt deel uit van het heropgerichte bisdom Brugge en van het decanaat Avelgem.

1860 : Spoorweglijn nr 85 Avelgem-Herseaux werd aangelegd. Bijna een eeuw lang stond deze spoorlijn in voor het vervoer van Vlaamse seizoenarbeiders die tijdens de crisisjaren werkgelegenheid zochten in het Noord-Franse of in het Henegouwse kolenbekken.

1896 : De Sucrerie d'Helchin (de enige industriële activiteit van Helkijn) had 174 mensen in dienst en werd gesloten in 1930.

1918 : In oktober, bij hun aftocht bliezen de Duitsers de brug over de Schelde op. Helkijn werd tamelijk fel beschoten; een derde van de huizen werd vernield of erg beschadigd.

1959 : Spoorlijn nr 85 wordt definitief gesloten.

1963 : Sedert de overheveling van 4 gemeenten (Moeskroen, Dottenijs, Lowingen,...) van Vlaanderen naar Wallonië zijn Helkijn en Spiere de enige twee tweetalige gemeenten in het arrondissement Kortrijk.

1977 : fusie met Spiere : SPIERE-HELKIJN

Ondanks alle wreedheden die de streek in de geschiedenisboeken brachten, bestaan er ook geschreven lyrische woorden over Helkijn. De landelijkheid werd er reeds geproefd in de 17e eeuw. Daarvan getuigen volgende woorden van André Catulle:

"O, mijn Helkijn! Waarom geniet ik niet vrijuit van jou? Waarom kom ik je niet vaker opzoeken, ik die als in een kerker opgesloten leef in de ongezonde lucht en de benepenheid van de stad? Waarom kom ik geen verse krachten opdoen in de gezonde lucht van mijn geboortedorp, waar een heel wat frissere wind waait tussen de bomen en struiken in de tuinen van mijn kasteel? Wat is er aangenamer dan zich met wat boeken neer te vleien in de weiden bij het gemurmel van het Scheldewater of zo maar wat rond te kuieren en de loop van de rivier te volgen om wat te mediteren en in een fijne stemming met hemelse zaken bezig te zijn. Sta mij toe, Heer, - even voor ik sterven ga - dat ik ten minste nog af en toe eens, in volmaakte rust en stilte, kan genieten van die lieflijke plaats die Helkijn is."

spreuk : 'Geluveld, geen geweld, Helkin heeft van de duvel in." (1785)
'Arm Spiere, Rijk Kooigem en Edel Helkijn'

heiligenverering : Sint-Jan-de-Doper, patroon van de kerk, wordt aangeroepen tegen de 'vreze' van de kinderen (=nachtmerries')

kermissen : Sint-Janskermis : zondag na Sint-Jan (24 juni)
Grote kermis : voorlaatste zondag van augustus
Taartenkermis : derde zondag van oktober

naam : van het Germanse 'Hildico' en van zijn Latijnse afleiding 'Hildicium" 
wat waarschijnlijk "de hoeve van Hildico" betekende

847   : Helcinium 
1156 : Helchin 
1300 : Helcim 
1336 : Elkijn 
1510 : Helkin 
1635 : Helchyn 
1699 : Helkijn 
1747 : Helchien 
1785 : Helkijn

inwoners :

1786 :   899 inwoners 
1796 :   773 
1815 :   981 
1840 : 1195 
1890 : 1277 
1910 : 1140 
1961 :   997 
1976 :   898 
2004 :   868 
2006 :   897

Bronnen :

"Gemeenten van België"  Gemeentekrediet van België 1980

"Dit is West-Vlaanderen" Lucien Dendooven 1959

"Helkijn, Het bisschoppelijk kasteel in Helkijn" Ph. Despriet 1988

"Het bezit van het bisdom Doornik in Helkijn en omgeving." R. Castelain 1988

De bisschoppelijke burcht van Helkijn

1282  : Michiel van Warenghien, bisschop van Doornik liet op het Hoge Hof van Helkijn een versterkte burcht bouwen (zie "de bisschoppelijk burcht van Helkijn"), die in de daaropvolgende eeuwen zou uitgroeien tot een riant buitenverblijf en een van de uitverkoren verblijfplaatsen van de Doornikse bisschoppen.

Wegens de strategische ligging op de grens tussen het Graafschap Vlaanderen en het fransgezinde Doornik, speelde Helkijn herhaaldelijk een belangrijke rol op militair vlak. Het bisschoppelijk paleis werd menigmaal de inzet van bloedige gevechten.

1325 : De bisschoppelijke burcht werd vernield door Jacob van Artevelde en later nog eens door de Gentenaren en de Picardiërs.

1521 : Inlijving van het Doornikse bij de Nederlanden. Tot in 1521 speelde Helkijn een belangrijke rol op militair gebied wegens zijn ligging op de grens van Vlaanderen en het Doornikse. De burcht was vaak het toneel van bloedige gevechten. In vredestijd verbleven de prinsbisschoppen graag op dit 'buitenverblijf'.

1625 : Het bisschoppelijk paleis werd door Bisschop van Vilain van Gent herbopgebouwd.

1688: Tijdens de Negenjarige oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk (1688-1697) bezetten aanzienlijke Franse legereenheden nogmaals het bisschoppelijk paleis, van waaruit ze plundertochten in de omgeving ondernamen, de kerkschatten roofden en de parochiekerk platbrandden.

1776 en verder : De laatste bewoner van de bisschoppelijke burcht was aartsbisschop van Praag, Florentius van Salm-Salm. Het gebouw werd tijdens de Franse Revolutie gesloten en tenslotte gesloopt. Van dit eens zo machtig bouwwerk resten nu alleen nog enkele overgroeide ruïnes.

--------------------------------------------------------------------------------

Naar aanleiding van recente onderzoeken, wordt de oorsprong van de burcht van Helkijn gedateerd tussen 1156 en 1200. André Catulle had reeds in de 17e eeuw aangetoond dat Michel de Warenghien ten onrechte aanzien werd als bouwer van het complex.

Catulle was aartsdiaken van het bisdom en professor aan de Leuvense universiteit. Hij beschreef de burcht die hij meermaals bezocht had als volgt:

"Het kasteel is ovaal van vorm, met torens die volgens de regels van de kunst gebouwd zijn. De grote toren, die boven de andere uitsteekt hangt als het ware vast aan een groter gebouw dat aan de poort paalt. Een ovale ringmuur van ca 750m omtrek omgaf het domein dat je via de poort betrad. De ringmuur, met zijn voet in het water van de gracht was 50 voet (13.5m) hoog, gerekend van de funderingen. Boven waren aan de binnenzijde loopbruggen bevestigd, die als het ware in de lucht hingen. Ze waren opgebouwd met brede kunstig gehouwen stenen, van het type dat men voor grafzerken gebruikt, en opgehouden door stenen stutten. In het midden van de achterzijde rees de donjon op. Hij was 100 voet hoog (27m) en had een vierkante plattegrond met een zijde van 80 voet (21.8m). Boven die toren bevond zich een galerij van waaruit je een prachtig gezicht op het omliggende land had. De lengte van de muur was bezet met gekapte stenen van 4 duim vierkant. De hoofdtoren alleen zou - als ik mij niet vergis - meer dan 40000 zulke stenen bevat hebben. Men kon moeilijk zulk een prachtige toren vinden in om het even welk grafelijk castrum. Nochtans was de toren niet eens het tiende deel van het bouwwerk. Het geheel moet zeker 4000000 gekapte stenen bevat hebben. Rekening houdende met de diepte, hoogte en breedte van de gebouwen en de torens, moeten er in de muren zeker 40 tot 50 miljoen stenen verwerkt zijn."

Maar de tijd knaagt aan alles:

"Sterke sloten, vaste muren
Mogen eeuwen staan,
't Knagen van de tijd verduren,
't Woeden van 't orkaan;
Eenmaal zeker storten ze allen
Neêrin puin en stof;
Muur en torens zullen vallen,
Huis en bisschopshof..."                                
Slosse, rond Kortrijk p.509

Luchtfoto van de site, met daarop duidelijk zichtbaar de ovale ringgracht en rechts daarin de fundering van de grote toren. De gronden waarop de burcht stond zijn nu eigendom van een landbouwbedrijf.