Kasteel van Spiere

Van Gruuthuuse tot del Fosse et d’Espierres

Het grondgebied van Spiere, voor het eerst genoemd in 1105, was versnipperd over verschillende heerlijkheden waaronder het Opperhof van Spiere (la Haute Cour d’Espierres) , dat onder het Graafschap Vlaanderen viel, en het Nederhof (la Basse Cour d’Espierres) dat bij Doornik behoorde. In de 16de eeuw hoorden beide heerlijkheden bij toe aan de familie Gruuthuuse. Wegens de grote schulden van Catharina van Brugge, vrouw van Gruuthuuse, werden ondermeer het Opperhof en het Nederhof verkocht aan Maximiliaan van Oignies, heer van Beaurepaire. In 1717 kon Nicolaas Delfosse het Nederhof door koop verwerven. In 1767 verkocht Frans-Ferdinand de Lannoy zijn heerlijkheid Opperhof aan Bruno August Delfosse.. Hierdoor werden beide heerlijkheden weer in één hand verenigd en werd een einde gesteld aan de twist tussen de heren van Spiere-Doornikse en Spiere-Vlaanderen Over deze kwestie werd sinds 1732 een proces gevoerd voor de Raad van Vlaanderen.

Het kasteel

Het oude versterkte kasteel uit de 14de eeuw werd in 1477 vernield door de Fransen tijdens de oorlog tegen de hertog van Bourgondië. Alleen de mote, “cave aux diables”, getuigt nog van deze tijd en bevindt zich in het bos achter het kasteel. Onder de mote bestaat nog een ruime kelder met een wel bewaard gewelf gebouwd in Doornikse Moëllons. Het huidige kasteel, werd gebouwd in 1710 door Nicolaas del Fosse et d’Espierres, Hij kreeg in 1720 de toelating van keizer Karel VI om de titel baron del Fosse et d’Espierres te voeren. Sindsdien werd het altijd bewoond door zijn afstammelingen. August-Felix-Frans-Ghislenus Delfosse was de laatste heer van Spiere.

Een nieuwe eigenaar

In 2004 werd het kasteel aangekocht door een privé-eigenaar.