Reglement milieubelasting 2012

Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2012 en voor een termijn van 1 jaar, eindigend op 31 december 2012 wordt ten voordele van de gemeente een jaarlijkse directe algemene MILIEUBELASTING geheven.

 

Artikel 2: 

 §1. Deze belasting, berekend per jaar, is steeds IN ZIJN GEHEEL verschuldigd door één ieder in de hoedanigheid van hetzij eigenaar, hetzij huurder van het gebouw volgens de toestand op 1 januari van het aanslagjaar, ook al zou deze toestand na 1 januari gewijzigd zijn.

 Indien het gebouw niet wordt bewoond is de belasting toch verschuldigd door de eigenaar van het gebouw, ongeacht het feit of al dan niet van de rechtstreekse diensten verleend door het milieubeheer gebruik wordt gemaakt en ongeacht of er al dan niet verbouwingswerken bezig zijn.Wordt volgens dit reglement aangezien als een gezin ‘hetzij een alleenstaand persoon, hetzij een vereniging van twee of meer personen, al dan niet door verwantschap verbonden, die gewoonlijk in dezelfde woning verblijven en er samen wonen.’

§2. De belasting is in dezelfde voorwaarden eveneens verschuldigd door al wie een zelfstandig beroep uitoefent of de effectieve leiding heeft van gelijk welke onderneming, instelling of vereniging, die onder gelijk welke benaming ook werkt en wat ook het nagestreefde doel mag zijn, voor elk gebouw of gedeelte van een gebouw dat voor die activiteiten voorbehouden wordt. Indien hetzelfde gebouw tezelfdertijd het eigenlijke gezin van bovenvermelde belastingplichtige huisvest, is er slechts één belasting verschuldigd.

§3. De belasting is in dezelfde voorwaarden verschuldigd op de instellingen of personen die van een huurcontainer gebruik maken.

Artikel 3:

De belasting is niet toepasselijk voor wat betreft de onroerende goederen of delen van onroerende goederen bestemd voor:-       openbare diensten-       onderwijsinstellingen gesubsidieerd door openbare besturen-       gebouwen alwaar diensten van het gewest of provincie zijn ondergebracht 

Artikel 4:

De algemene milieubelasting bedraagt 25,00€ per gebouw.

Er is een speciaal tarief voor leefloontrekkers die van een leefloon genieten voor een periode van minstens zes maanden: tarief van 15,00€.      Elk jaar opnieuw – aangezien de situatie steeds kan wijzigen- doen leefloontrekkers die van een leefloon genieten voor een periode van minstens 6 maanden, binnen de termijn van 3 maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet, hun aanvraag voor het LEEFLOON-tarief van 15,00€ als volgt:     

Er wordt (i.s.m. het OCMW) binnen de drie maanden een schrijven gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen met vermelding van naam, adres, artikelnummer, datum en handtekening mét een attest van het OCMW ter bewijs dat de betrokkene minstens 6 maanden van het leefloon geniet.      

Het leefloontarief kan enkel worden verkregen mits het volgen van hoger vermelde procedure. De betaling gebeurt in één enkele storting.

Artikel 5:

Het kohier wordt opgemaakt door het College van Burgemeester en Schepenen. De belasting wordt ingevorderd door de gemeenteontvanger. Ze is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 6:

De bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen worden toepasselijk gemaakt op deze belastingverordening.

Artikel 7:

De belastingschuldige kan bezwaar tegen deze belasting indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend met inbegrip van alle bewijsstukken ter motivering van het bezwaar (bvb. kopie huurcontract van voor 1 januari, verkoopakte van voor 1 januari, …) én steeds met vermelding van naam, adres, artikelnummer, datum en handtekening. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Bezwaarschriften later ingediend, zijn onontvankelijk.

Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing of stoffelijke misslag, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de Gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar van belasting niet heeft goedgekeurd. Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

Artikel 8:

Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

  • Delen

Zie ook